Tijdens een roadtrip door het zuiden van de VS werd ik verliefd. De krankzinnige natuur, de complexe geschiedenis en de overdadigheid aan taxidermy.

Ik schreef me in voor het examen voor preparateur waarbij je onder andere 500 Nederlandse vogels uit je hoofd moest leren. Blokken is nooit mijn kwaliteit geweest, maar ik heb alles op alles gezet en het examen gehaald. Een mirakel.

Mijn plan was dieren die een natuurlijk dood waren gestorven op te zetten. Er liggen zoveel dode dieren langs de weg, in het bos of zelfs gewoon op straat middenin de stad. En juist die alledaagse dieren van dichtbij bekijken is de bom. Voor zowel een kind als een bejaarde. Snel kwam ik erachter dat de extreem strenge regelgeving in Nederland het praktisch onmogelijk maakt ‘wilde’ dieren die een natuurlijke dood zijn gestorven op te zetten en te verkopen. Heel goed om stropen tegen te gaan, maar je wordt gedwongen dieren in gevangenschap te gebruiken voor de ambacht en dat was wat ik precies niet wilde.

Mijn geniale plan om een beroemd taxidermy-artist te worden, voelde niet meer goed. En omdat er ook geld verdiend moet worden is het nu een passie in plaats van een beroep. En passies mogen ook gevierd worden. Bij deze.

Een jaar later vond ik mezelf in een loods op een industrieterrein in een verlaten stadje in Arizona en vilde mijn eerste vos.De reacties op mijn nieuwe obsessie waren gemixt. Van enorm enthousiast tot vol walging. Hield ik soms niet van dieren? 

Het villen van de vos had iets magisch, iets verdrietigs en iets fascinerends. Een dier zit anatomisch zo mooi in elkaar, daar kan niks man-made’s tegenop. Moeder natuur op haar best. 

Terug in Nederland heb ik op de Veluwe een cursus gevolgd voor het opzetten van vogels en een speciale uilenopzetcursus. De uil heeft een hartvormig gezicht waardoor de veerpennen anders gerangschikt zijn en zo verdient de uil een eigen cursus. Terecht. 

Vorige
Vorige

Copy